Superheld

Mijn niet aflatende vraatzucht tezamen met de onlesbare dorst van mijn busje zijn blij met de nachtpomp. Op ieder moment is alles verkrijgbaar. Natuurlijk liggen de prijzen iets hoger, wat hopelijk voor een deel te wijten is aan het wat hogere salaris van de pompbediende.
Nu zou ik sowieso niet in de nacht willen werken, laat staan in een tankstation. Daar waar je soms als meisje helemaal alleen het hoofd moet bieden aan o.a. zatlappen die na hun nachtelijke drankorgie met een verlopen gezicht een balletje uit de jus staan te verslinden en je vervolgens met de curry in de mondhoeken vertellen hoe leuk je wel bent.
De nacht wordt toch vaak wel geassocieerd met ongure types en gespuis. Iedereen weet inmiddels dat er vooral ’s nachts geroofd en beroofd wordt dus maakt het je dienst wel wat spannender.
Onlangs pleegde ik een laat bezoekje aan zo’n tankstation en parkeer mijn auto achter een ander busje met Frans kenteken.
Als ik na het tanken af wil rekenen zie ik schuin naast de kassa een grote kerel staan. Een imposant type met een vette “sleeve” staat wat warrig naar zijn telefoon te kijken. Van het korte gesprek kan ik niks maken. Ik beheers de taal niet, ook niet een “petit peu.”
Als ik af wil rekenen komt het kassameisje heel dicht met haar gezicht naar het raampje. Ze kijkt me angstig aan en vraagt me of ik even binnen wil blijven. De blik in haar ogen verraadt dat het haar niet om mijn verschijning te doen is. De man blijkt zijn tank te hebben volgegooid en geen geld bij te hebben. Zijn pasje werkt niet en met een paar wazige kreten was hij al een keer naar buiten gelopen, telefoon aan zijn oor.
Als ik aangeef haar wel te willen helpen sluit ze de schuifdeur. Ze kan dat blijkbaar op afstand en sluit het “hok” hermetisch af. Daar sta ik dan. Ik voel me aan de ene kant vereerd dat ze mij om hulp vraagt. Aan de andere kant vraag ik me af wat dit moet gaan worden. Ik ben niet bang aangelegd en heb in mijn verleden gedurende een paar jaar van bokstrainer Leen Jansen geleerd me te verdedigen, maar toch. Ik ben geen vechter en zal ook nooit zelf beginnen. De emoties wisselen. Het kan alle kanten uit. Is hij zijn probleem aan het oplossen en betaalt hij straks netjes zijn getankte liters of liggen we over een paar minuten samen in de rekken tussen de deo en de pindakaas. Ik ga goed recht staan en maak me onder mijn oversized shirt iets breder dan ik eigenlijk ben. Mijn blik gaat op “stoer 8.0” en ik blijf bij de boekjes staan kijken. De Franse kooivechter blijft nog even bellen en loopt naar de deur. Hij blijkt minder agressief dan ik vermoedde en vraagt in gebaren, maar netjes, of hij naar buiten mag.
Hij kijkt naar mij en ik wijs naar de kassa. “Je moet nog betalen” zeg ik en hij lijkt het te begrijpen. Toch wil hij naar buiten en ik zie aan zijn ogen dat hij geen kwaad in de zin heeft. Ik stel het meisje gerust. “Doe de deur maar open, ik loop wel met hem mee” zeg ik stoer en mijn hart bonkt hard. Spannend is het wel. Ik heb geen idee wat hij denkt. Niet van mij of van de hele situatie maar hij lijkt het allemaal normaal te vinden.
Hij gaat half in zijn wagen hangen en doet zijn handschoenenvakje open. Een vakje waar altijd van alles in ligt, behalve handschoenen. In gedachten zie ik van alles gebeuren en ben dan ook voorbereid, althans dat denk ik toch. Als hij terugstapt zie ik dat hij een portemonnee in zijn hand heeft. Nietszeggend lopen we samen terug naar het kassameisje. Ik voel me even een superheld als ik naast hem loop alsof ik hem net gearresteerd heb. Binnen rekent hij netjes af, inclusief fooi. Vriendelijk zegt hij gedag en loopt naar zijn bus. Als hij het terrein verlaten heeft kijk ik naar het meisje. Ze lacht opgelucht. “Echt super bedankt dat je me wilde helpen” zegt ze lief.
Ik heb de vervelende en erg domme afwijking nooit geholpen te willen worden, maar help daarintegen heel graag een ander. Uiteindelijk zijn we er toch voor elkaar en ik denk dat het ooit wel zo bedoeld is geweest. Iedereen heeft wel eens hulp nodig, behalve ik dan natuurlijk. Er is ook altijd wel iemand in je buurt die je helpen wilt. Je moet het alleen toe willen laten.
Ik betaal mijn liters en neem afscheid. In de deuropening blijf ik in gedachten nog even staan. Ik kijk het meisje nog een keer aan die nog een keer naar me zwaait. In een mimevorm zie ik haar nog wat zeggen..”Bedankt”. Dan kijk ik naar de pikzwarte hemel, steek mijn rechterarm met gebalde vuist omhoog en schiet de lucht in. Op naar een nieuw avontuur.
“Bent u iets vergeten?” hoor ik ineens.
“Oh nee hoor” zeg ik stap naar buiten. Stiekem lachend loop ik naar mijn auto. Nog heel even iets breder dan dat ik eigenlijk ben…