PlanetSavers

Ik ben lekker op tijd klaar met werken dus ga maar eens doen wat ik al weken van plan ben. Naar de Saver. Ik heb al behoorlijk wat bende gespaard, tesamen met hetgeen er nog in de garage stond toen ik mijn huidige woning betrok blijkt dat toch al weer snel een busje vol. Aangekomen bij de slagboom moet ik mijn pasje voor de lezer houden en mag ik het terrein op.

Ik moet zeggen dat het allemaal wel “netjes” geregeld is tegenwoordig. Vroeger ging ik met mijn vader mee naar de Kragge en pleurden we alles zo over het muurtje, geweldig vond ik dat. Nu is alles netjes gescheiden (net als ik) en als je een rondje terrein doet kun je alles kwijt. Wat ik vreemd vind is dat je na de eerste slagboom alleen je papier kwijt kunt, en daarna weer door een slagboom moet voor de tweede fase. Weer moet mijn pasje ervoor en stiekem ben ik bang dat ze nu ook twee keer afschrijven.

Ik rij omhoog en een man kijkt me aan alsof hij weet dat ik het pasje van de buurman gebruikt heb om binnen te komen. Ik spreek hem maar snel aan om het ijs te breken en  vraag, terwijl ik bewust naast de ijzerbak parkeer, waar ik het ijzer moet laten. De man, blij mij te kunnen helpen, wijst me de bak naast de bus aan en ik bedank hem. Terwijl ik het ijzer lekker hard in de bak smijt, komt hij in mijn bus kijken wat ik nog meer allemaal niet meer nodig heb.

“Dat hout, das geimpregneerd en moet in die bak daar, daarachter links, daar staat C hout”

Ik bedank hem en vraag me af wat die C dan zou kunnen betekenen. Chemisch misschien vanwege de “impregnatie”, of zou die bak straks alstie vol is, vervangen worden door bak D, of A weer wellicht. Niet heel belangrijk allemaal, dus rij rustig naar bak C.  Ik gooi er een deel van een tuintafel in en loop terug naar de bus om het kapotte Ikea afdruiprekje te pakken. Als ik weer naar de bak loop komt de man aanrennen. “Nee” zegt hij, voor mijn gevoel iets harder dan nodig omdat het maar om een afdruiprekje gaat. “Dat niet, dat moet in de bak met gewoon hout”. Ik schaam me diep en loop met het rekje naar de houtbak.

Terug bij de bus kijk ik naar mijn lading en wordt angstig. Ik heb een paar zakken huishoudelijk afval met werkelijk alles er in. In gedachten zie ik me de zakken al uitpluizen om alles in de juiste bakken te kunnen deponeren. Terwijl ik sta te kijken komt er weer een andere man bij me staan en vraagt me wat er in de zakken zit. Ik vertel hem dat het hiuishoudelijke shit is en rommel uit de schuur, van ales wat. Nog een matras (licht gebruikt;), een plastic sneeuwglijdeksel waar ik te zwaar voor bleek, en een doos met allerlei onduidelijke rommel.

“Das allemaal restafval, daar in die bak”

Ik probeer te kijken alsof ik het logisch vind en als ik mijn bus leeg flikker in de restafvalbak komt er een vierde man voorbij rennen richting afgezaagde takken en dergelijk vuil. Ik denk, er ligt een lijk tussen of iemand is in de bak gevallen dus volg het tafereel. “Da’s maar goed dat ik het zie” zegt hij hard, zo hard dat iedereen in een straal van 15 meter het horen kan, alsof hij een voorbeeld wil stellen. Hij pakt er heel verbouweerd een ijzeren staaf uit van een cm of 60 lang, een soort van traproede, en loopt heel demonstratief naar de ijzerbak.

Terwijl hij wegloopt kijkt hij trots nog een keer om gaat verder met zijn bezigheden.

Ik rij weg en twee mannen kijken me na, ik steek mijn hand op en de mannen zwaaien terug met een lach.

De volgende keer neem ik koeken mee…